Twee paarden

Twee paarden stonden tegenover elkaar.
Het was lente en zomer tegelijk.

Tegenover en naast elkaar
lente en zomer tegelijk.
Twee paarden met het hoofd
tegen de hals van de ander.

Verloren in de warmte
van het andere lijf
kijkend naar de horizon.

Zo staan en het gras vergeten.

Wat is geluk

omdat het geluk een herinnering is
bestaat het geluk omdat tevens
het omgekeerde het geval is,

ik bedoel dit: omdat het geluk ons
herinnert aan het geluk achtervolgt het
ons en daarom ontvluchten wij het

en omgekeerd, ik bedoel dit: dat wij
het geluk zoeken omdat het zich
verbergt in onze herinnering en

omgekeerd, ik bedoel dit: het geluk
moet ergens en ooit zijn omdat wij dit
ons herinneren en dit ons herinnert.

Na schooltijd

Ik doe mijn ogen op een kiertje dicht.
De wolken zeilen hoog voorbij, ik lig
languit. Gras kriebelt in mijn gezicht.

Ik denk aan dingen die ik nog niet weet.
Hoe bloemen bloeien, hoe een vogel leeft
en waarom water van de zee beweegt.

Er komt een vlinder even zitten op een bloem.
Ik plaag hem met het puntje van mijn schoen
en sta weer op: ik moet nog huiswerk doen.

Gekleurde geuren

Soms hebben geuren kleuren.
Neem bijvoorbeeld mij nou:
Na een bad ruik ik lichtblauw.

Roze geurt mijn tante,
rood ruik ik als zij mij zoent.
Groen hangt om geraniums,
oranje om een gepoetste schoen.

Paars snoof ik een op
toen ik naast een opa stond.
Wie een toverbal eet ademt
gekleurde wolkjes in het rond.

Uit een doos kleurpotloden
komen ongelogen
honderd kleine regenbogen.